© Rijksoverheid - Google

De geschiedenis van de mantel van de koning gaat terug tot de Middeleeuwen. Destijds werd een mantel gebruikt als belangrijk symbool van koninklijke macht en prestige. De koning droeg zijn mantel tijdens ceremoniële gelegenheden en belangrijke momenten, zoals bijvoorbeeld tijdens kroningen, begrafenissen en staatsbezoeken.

De mantel was vaak gemaakt van luxe materialen zoals fluweel, zijde en bont en was rijkelijk versierd met borduursels, edelstenen, goud en zilver. Vaak waren er ook symbolen en afbeeldingen op aangebracht die een speciale betekenis hadden voor de koning en zijn koninkrijk.

Door de eeuwen heen zijn er vele mantels gedragen door koningen en koninginnen. Sommige waren zo kostbaar en indrukwekkend dat ze uitgroeiden tot echte kunstwerken. Een beroemd voorbeeld is de rode mantel van Henry VIII van Engeland, gemaakt van fluweel en versierd met goud en parels.

In de moderne tijd is het dragen van een mantel door koningen en koninginnen minder gangbaar geworden. Toch worden er nog steeds mantels gebruikt bij bijzondere gelegenheden, zoals de inhuldiging van een nieuwe koning of koningin. Sommige landen hebben zelfs nog steeds een speciale koningsmantel, zoals Denemarken en Zweden.

De mantel van de koning blijft dus een belangrijk symbool van koninklijke macht en prestige, dat door de eeuwen heen een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis.